ONA 90 jaar

Het volledige verhaal, zoals vermeld in de PANG van 10 november 2009. Er zijn ook prachtige foto's, kijk hiervoor in het foto-album.
ONA 90 jaar.
Op bezoek bij Maars van Driel en Piet Voorderhaak
Gouda, augustus 2009, door Hv3L
Maars van Driel (92 jaar) en Piet Voorderhaak (69 jaar) treffen elkaar al jaren meerdere malen per week, in huis of op het terras bij Maars aan de Noordhoef, waarbij Piet hem bijpraat over ONA. Het lezen van de Pang en de stukken in de krant over ONA gaat Maars slecht af. Hij ziet het niet goed meer. Vandaar dat de bezoeken van Piet een welkome aangelegenheid zijn om de resultaten van de wedstrijden door te nemen en daarna de overige zaken van de vereniging te bespreken. Maars behoort, zoals hij zelf zegt, tot een familie van ONA-tieten.
Bij Maars aanschuiven is praten over ONA. Piet ervaart dat al jaren en heeft daar als ONA man uiteraard geen problemen mee, ook niet als je die verhalen soms al eens gehoord hebt. Jarenlang wandelde Piet met zijn 2 honden over de geluidswal om daarna de route naar de Noordhoef te verleggen. De honden wisten dat al, want halverwege de wandeling wilden ze altijd al afslaan naar de Noordhoef waar ze bij Annie, de vrouw van Maars, wat lekkers kregen. Inmiddels is er nog maar één hond over voor de wandeling van Piet, maar de hond trekt deze afstand niet meer. Zodoende schuift Piet, zonder hond, nog altijd twee maal per week aan vanwege de gezelligheid in huis of op het terras.
Maars, geboren op 24 december 1916, weet veel over de ontstaansgeschiedenis van ONA en de latere jaren vóór en ná de tweede wereldoorlog. Een goede reden natuurlijk om, in het jaar dat ONA 90 jaar bestaat, eens bij Maars en Piet aan te schuiven op het terras aan de Noordhoef.
Maars weet nog goed dat hij als vier jarig jongetje zag dat ze met ijzeren handkarren vanaf de Prins Hendrikstraat de koolas naar de Lazeruskade reden. Waar nu de huizen staan lag toen het veld. Hij vertelt erbij dat het gedeelte Reigerstraat, waar nu het verkeer rijdt, toen nog een sloot was met daarin 2 woonboten.
“ONA heeft een jaar aan de Lazeruskade gezeten en ging toen naar een veld aan de Voorwillens, daar heeft toen nog jaren lang een houten keet gestaan. De spelers wasten zich daar in de sloot.”
Bij dit verhaal vertelt hij dat ze in die tijd bij ONA een lied hadden dat ging over het contract van het veld aan de Lazeruskade. Dat contract werd ONA afgeraden, waarna ze naar een veld aan de Voorwillens verhuisden. Hij zingt het lied voor:
Het contract aan de Lazeruskade
Werd ons afgeraden
Toen moesten we al snel ter been
En we klaagden als steen
Het is de naam die ons verblijdt
Dat is ONA, Ontspanning Na Arbeid. (2x)
Dit korte lied is in een boek van ONA niet terug te vinden, maar zal gezien de stelligheid waarmee dit door hem naar voren wordt gebracht, én gezongen wordt, zeker van toepassing zijn geweest in die tijd.
Op het veld aan de Willens heeft ONA volgens Maars ongeveer een jaar gespeeld, waarna men verhuisde naar een terrein aan de Woudstraat. Ook dat terrein moest weer worden opgeknapt. Er werd een tribune bij het veld geplaatst die ze vanwege de vorm “De Kist” noemden. Bij de Woudstraat en de Jan Philipsweg lag een sloot achter de tribune waar allemaal knotwilgen langs stonden. Hij geeft aan dat die omgeving daar toen “hartstikke mooie was” omdat je maar aan één kant van de Jan Philipsweg huizen had. Uiteindelijk is ONA naar de Walvisstraat gegaan waar het tot op heden nog speelt.
Op de vraag hoe het vroeger zat met koeien of schapen op het veld vóór dat een wedstrijd gespeeld werd geeft hij aan dat ONA een voorzitter Straver heeft gehad die het zat was dat ze met een klein maaimachientje steeds het gras moesten maaien. “Die heeft toen 6 schapen gekocht en liet die grazen op het veld. Mijn moeder zei dan altijd, er zit poep aan je broek. Dan zei ik, ja dat klopt dat is van de schapenkeutels op het veld”. “Die schapen hebben er niet lang gelopen omdat ze te veel op het veld scheten”. “Koeien hebben bij ONA nooit op het veld gelopen, dat gebeurde wel bij de tegenstanders. Daar kon je nog wel eens een koeienvlaai op het gras aantreffen als je moest spelen. Dat was goed uitkijken geblazen”.
Omdat we natuurlijk meer vanuit het verleden willen weten uit de mond van iemand die er bij was, komt in ons gesprek ook de atletiekafdeling van ONA ter sprake.
Van het atletiekgedeelte weten zowel Maars als Piet zich genoeg te herinneren. Piet ging altijd kijken als er atletiek was op het ONA veld. Dat gebeurde op een gedeelte veld dat tussen het eerste en tweede veld in lag. Volgens Piet was het daar altijd druk bij het hardlopen, hoogspringen, verspringen en kogelstoten en deed er een behoorlijk grote groep ONA leden aan mee. Na deze opmerking van Piet kan Maars het niet nalaten om te melden dat als hij thuis kwam van atletiek, altijd vertelde “dat hij weer een kogel was kwijtgeraakt omdat hij die over de huizen heen had gestoten”. Hij lacht erbij en heeft de rimpels op zijn voorhoofd staan. (in de familie een teken dat je iets gelogen hebt)
Zowel Maars als Piet heeft in het verleden met de leren voetbal gespeeld waarin een veter zat voor de afsluiting van het leer. Die ballen waren vroeger niet zo mooi als die in de huidige tijd. Piet voelt, terwijl hij dit vertelt, nog de veter in de bal die zijn sporen naliet op je voorhoofd als je de bal wegkopte. “Dat was geen lekker gevoel, dat was verschrikkelijk”. Piet voetbalde vanaf zijn 8e jaar bij ONA en heeft dat tot zijn 49e jaar volgehouden. Hij voetbalde in het seizoen 1957-1958 nog in een A1 elftal dat kampioen werd met in doel, de later legendarische, keeper Tony van Leeuwen. Uiteindelijk stopte Piet op 49 jarige leeftijd in het 12e elftal van ONA.
Maars is na de tweede wereldoorlog samen met zijn broer Simon (de vader van de schrijver van dit stuk) én broer Albert het granitobedrijf “Gebroeders van Driel” gestart. In dit bedrijf werkte op een bepaald moment ook Nico Vat, een speler uit het profteam toen ONA betaald voetbal speelde. Toen Nico al een tijd niet meer voetbalde en uitgewerkt was vroeg hij zich wel eens af “of hij bij de “Gebroeders van Driel” was aangenomen omdat hij zo goed voor zijn werk was, óf omdat hij bij ONA voetbalde”. Maars reageert heel diplomatiek en begint erover dat Nico een goede voetballer was die, toen ONA een keer bij AGOVV in Groningen moest spelen, en ze geen vervoer hadden, kwam vragen of ze de auto van het bedrijf mochten lenen. Maars weet het nog goed. Ze hadden bij het bedrijf een busje met banken erin. Hij lacht als hij nog voor zich ziet hoe een heel elftal dat busje in ging en naar Groningen vertrok. Nico reed, want die moest ook voetballen.
Maars zegt altijd een leuke tijd bij ONA te hebben gehad en daarom ook nooit als lid bij de vereniging weg zal gaan. “Het blijft mijn vereniging, al spelen ze in de laagste afdeling, ik blijf lid en steun ze nog met geld van het lidmaatschap omdat de vereniging moet blijven bestaan. Ik ben een ONA tiet, en altijd geweest, KLAAR !”.
Hij blikt gelijk terug op een moment dat het bijna gebeurde dat ONA naar de laagste klasse degradeerde. “De 42 jarige Wim Dekker en de 39 jarige Eddy Baas hebben toen ONA gered in een beslissingswedstrijd die ze moesten spelen in Schoonhoven. Ze wonnen deze beslissingswedstrijd met 3-0. Anders was ONA gedegradeerd naar de vijfde klasse. Die oud spelers had ONA toen nodig want dat waren heel goede voetballers.”
Van de familie van Driel hebben maar drie broers bij ONA gevoetbald terwijl er nog eens vijf á zes broers donateur waren. “Daar waren ze vóór de oorlog bij ONA maar wat blij mee, want elk dubbeltje dat binnenkwam was meegenomen. En een dubbeltje was in de crisistijd vóór de oorlog, met veel werkelozen, veel geld voor de vereniging”.
Hij constateert dat hij waarschijnlijk het oudste lid van de vereniging is. Hij voetbalde al vóór de oorlog en is altijd lid gebleven. Alleen tijdens de oorlogsjaren was hij geen lid omdat hij toen via de Arbeitseinsatz door de Duitsers werd gedwongen om in een fabriek in Duitsland te gaan werken. Bij een bombardement door de Engelsen op een fabriek is hij daar een broer verloren. Hij zegt: “Er voetbalden toen niet veel jonge mensen, want als de Duitsers je zagen dan werd je opgepakt om in Duitsland te gaan werken”. Overigens kon de familie van Driel voor de oorlog wel een elftal in het veld zetten, want opa van Driel had naast 4 dochters ook nog eens 11 zonen.
Zoals al eerder vermeld ziet hij slecht en komt vanwege zijn 92 jarige leeftijd, én het moeilijk ter been zijn, al geruime tijd niet meer bij ONA. Toch is hij enige jaren geleden nog een paar keer op een zondag bij ONA 1 geweest, maar constateerde daar rond het veld dat er “van zijn oude makkers langs de lijn niet meer veel meer over waren”.
Op de vraag of er vroeger alleen met frisdrank een overwinning werd gevierd of dat er toen ook nog wel eens een biertje werd gepakt begint hij te lachen omdat hij ooit een keer op het “Zilveren bal Toernooi” in Stolwijk in het 3e elftal van ONA moest invallen omdat er een speler niet kwam opdagen. Ze speelden de finale wedstrijd tegen Moordrecht 1 en wonnen met 2-0. Het winnen van die “zilveren beker” is zó ruim met bier gevierd dat ze hem achter in de kroeg, zijn roes uitslapend, hebben gevonden. Terwijl hij dit verhaal vertelt zegt hij zachtjes, maar iets te hard: “ik heb mijn vrouw nooit verteld dat ik toen dronken was”. Op het terras zit echter iets verderop zijn vrouw Annie die heeft gehoord wat hij zei. Ze lacht en geeft aan dit al heel lang te weten. Ze laat hen maar in de waan.
Ook in die tijd bleef bij ONA een geheim niet lang bewaard.
De verhalen van vroeger over ONA vliegen over tafel en gaan vanaf de jeugd van Maars in de jaren twintig van de vorige eeuw tot heden. Elke keer schiet hem wel weer iets over ONA te binnen dat ergens in het verleden heeft plaatsgevonden. Aan het eind blijft echter altijd het verhaal hangen dat het binnen de familie altijd goed doet. ONA speelde aan de Bloemendaalseweg tegen Gouda en won toen met 1-0.
De boeketten die klaarlagen voor Gouda lagen toen in het water en het huis van de familie van Driel, aan de Ridder van Catsweg, werd door Gouda aanhangers bekogeld met modder. Ook toen al gebeurde er genoeg. Dat blijkt !
Piet kent alle verhalen inmiddels. Er wordt er nog wel eens één herhaald. Het maakt hem niks uit. Bij Maars en Annie aan tafel is het altijd gezellig en tijd hebben ze genoeg.
Het was een genoegen om bij Maars en Piet aan te schuiven en met hen terug te gaan in een tijd waar velen niet meer over kunnen praten.