Sponsors

Arie v.d. Berg (Friesland)

Familie van den Berg

Van medeoprichter in 1919 tot sponsor op afstand in 2009.

Door Henny van Driel en Jan Oudhof (03-09-2009)

 

 

N.B.

De verkorte versie van dit verhaal heeft in de O.N.A.-presentatiegids van het seizoen 2009-2010 gestaan. Arie is geboren op 10 januari 1925 en is 3 jaar na het maken van dit verhaal op 11 oktober 2012 overleden.

 

 De familie van den Berg en ONA hebben iets met elkaar. In 1919 was Arie van den Berg medeoprichter van voetbalvereniging “Victoria”. Later werd dat “De Victoriaan”. Beide verenigingsnamen bleken echter al te bestaan, dus werd het in 1921 uiteindelijk ONA.

Arie van den Berg en zijn zoon Arie (onze sponsor uit Heerenveen) hebben net als vele familieleden van den Berg bij ONA in de diverse elftallen gespeeld. Gezien de verbondenheid van de sponsor uit Heerenveen met ONA, een goede reden om eens bij de zoon van deze medeoprichter van ONA in zijn woonplaats in Friesland langs te gaan. Aan tafel zitten Arie, zijn vrouw Bep en dochter Bep.

 

Begin deze eeuw woonde de familie van den Berg aan de Vorstmanstraat waar de jeugd op het plaatselijke veld tegen een bal trapte, gemaakt van papier met elastieken er omheen.

Arie van den Berg, Jaap van der Speld (die ook in de Vorstmanstraat woonde) en diverse andere buurtbewoners hebben toen besloten om een voetbalvereniging op te richten en in competitieverband te gaan voetballen. Vanaf een gehuurd stuk weiland aan de Lazeruskade, dat eerst nog met een geschonken partij koolas moest worden opgeknapt, ging de competitie van start.

Arie sr. was het eerste familielid dat ging voetballen bij ONA en was volgens verhalen een goede voetballer die op snelheid niet te houden was. Hij was volgens zijn zoon Arie jr. (de oprichter van het bedrijf A.P. van den Berg in Heerenveen) te herkennen aan zijn afgezakte kousen. De voetbalcarrière van Arie sr. was maar van korte duur. Hij moest al snel afhaken met een voetbalknietje.

Arie jr. is in 1937 op zijn 12e jaar gaan voetballen en moest beginnen op voetbalschoenen die twee maten te groot waren. Naar zijn zeggen was dit funest voor je traptechniek. Hij moest het er echter mee doen omdat zijn vader werkeloos was en er niets anders was. Arie geeft aan geen ster op het voetbalveld te zijn geweest, “dat kon ook niet met die veel te grote schoenen”.

Hij heeft tot 1953 bij ONA gevoetbald van het 3e tot en met het 9e elftal. Arie heeft met zijn broers Kees, Harrie en Freek én met zijn ome Jan (linksback) bij ONA gevoetbald. Aan het voetbal heeft hij wel een aardig litteken op zijn rechterbeen overgehouden. Een cadeautje van een back die hem een behoorlijke schop verkocht. Hij zat daardoor zes weken in de ziektewet.

Arie vertelt nog een aardige anekdote uit die tijd. Ze voetbalden vroeger op voetbalvelden waar vóór de wedstrijd koeien op hadden gelopen. Hij liep in het veld naast de linksback (zijn ome Jan dus) die hangend in de lucht een bal wegtrapte naar de rechtsbuiten. Bij het neerkomen kwam die speler echter met zijn achterwerk in een verse koeienvla terecht waardoor de spetters in het rond vlogen en bij Arie op de broek zaten. Hij geniet duidelijk weer als hij dit verhaal vertelt. Zijn vrouw Bep vult echter aan dat ze daar thuis, “zeker in die tijd, niet zo blij mee waren”.

Na de tweede wereldoorlog kreeg hij na terugkomst uit Duitsland, waar hij verplicht werd om te werken, verkering met zijn huidige vrouw Bep. Hierbij ontstaat aan tafel de nodige hilariteit omdat zijn dochter Bep, die bij het gesprek aanwezig is, meldt dat hij sinds kort bij dit verhaal zegt: “dat moest mij weer overkomen”. Jan Oudhof vindt het nodig om nog wat olie op het “familievuur” te gooien door te zeggen dat “verkering inderdaad funest is voor het voetbal”.

Uiteindelijk heeft Arie nog tot 1953 gevoetbald en stopte na een herniaoperatie. Met zijn vrouw Bep kwam hij daarna nog bij ONA met een vaste tribunekaart, om daar naar zijn zeggen te genieten van Thomas van Willigen, Rocus Biesheuvel, de gebroeders De Jong en diverse Van den Bergen.

Dochter Bep weet nog goed dat haar ouders elke week naar ONA gingen. Arie nam haar en haar zus Cobi als kleine meisjes mee en als de wedstrijd was afgelopen dan nam hij hen vaak mee naar de kleedkamer waar dan allemaal van “die dampende mannenlichamen” rondliepen. Het is haar bijgebleven dat het altijd erg benauwd was in die kleedkamer.

Niet alleen voetbal speelde een rol in het leven van Arie. Er moest thuis geld op de plank komen dus begon hij op 14-jarige leeftijd te werken. Via werk in een glasfabriek waar al snel bleek dat hij meer kon dan alleen maar sjouwen, kwam hij bij een aardewerkfabriek terecht waar hij het stof van het aardewerk moest verwijderen. Dat was slecht werk merkt hij op. Vervolgens werkte Arie in de fabriek van Schuttelaer aan de 1e Kade en ging in 1942 via een vriend op een sleepboot werken waarmee ze schepen sleepten tussen Amsterdam en Rotterdam. Dit mocht vanwege de oorlog alleen s’nachts gebeuren.

In de oorlog volgde hij een opleiding voor bankwerker waar hij fanatiek voor leerde en het metaalwerk onder de knie kreeg. De studie hield echter wel in dat je misschien in Duitsland moest gaan werken. Arie merkt op dat er toen al wat acties waren vanuit Engeland en dacht: “In Duitsland kom ik toch niet meer. Als ik maar lang genoeg op school blijf dan ontloop ik dat en de arbeidsdienst wel, het is toch zo afgelopen met de oorlog”. Het liep echter anders, want hij werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz en moest toch in Duitsland gaan werken. Bij die werkzaamheden in Duitsland ontsnapte hij aan diverse bombardementen op de fabrieken waarin hij moest werken en is na een overplaatsing in Wenen terecht gekomen. Hiervandaan is hij samen met een vriend ontsnapt door op een formulier een achterovergedrukt stempel te plaatsen en naar het station van Wenen te gaan. Daar hielden ze zich schuil voor de controles van de politie en sprongen pas op het laatste moment in de trein toen deze begon te rijden. In augustus 1944 kwam hij in Gouda aan, en was zoals hij zelf zegt: “als een graat zo mager”. Thuisgekomen in Gouda leerde hij zijn vrouw Bep kennen en is toen, naast zijn werk in de avonduren, gaan studeren aan de MTS en de HTS. Tijdens zijn studie werkte Arie nog als draaier bij de firma SAS aan de Turfsingel, waar hij een methode bedacht om sneller het draaiwerk van lieren te vervaardigen.

Arie werkte 10 jaar bij de Goudse Machine Fabriek, deed veel ontwikkelingswerk ook in zijn avonduren en zag vervolgens geen cent extra voor de machines die hij bedacht.

“Ik heb daar ontzettend veel dingen ontwikkeld, onder andere het eerste (gepatenteerde) hydraulische sondeerapparaat dat tot de beste ter wereld behoorde. Omdat ik bij de calculatie zag dat de bedrijfswinst door mijn vindingen behoorlijk was gestegen en ik er niets voor terugzag, vond ik dat ik mijn gezin te kort deed en ben vertrokken. Bij mijn volgende werkgever gebeurde eigenlijk hetzelfde. Ik zou 50% van mijn ontwikkelingswerk terugzien maar toen ik daar een half jaar werkte kwam men daar niet aan tegemoet.”

“Omdat ik het in Gouda toen al te druk vond met de walmen van het autoverkeer ben ik gaan solliciteren bij een ingenieursbureau in Heerenveen”.

“Ik had op de kaart gekeken en dacht: “Heerenveen. In het oosten de bossen, in het westen de meren, frisse lucht en leeg. Daar moet ik naar toe”.

De overstap in 1965 naar Heerenveen betekende voor het gezin dat dochter Bep bijvoorbeeld het honderd jarige bestaan van de HBS niet meer kon meemaken, terwijl ze in de voorbereiding zat van een dans-en zanggroep voor de viering van dit bestaan. Bep geeft aan dat ze dit destijds toch wel heel jammer vond.

In Gouda kwamen zij regelmatig, ondanks de lange reis die je toen nog moest maken over de plaatselijke- en provinciale wegen, wat later sterk is verbeterd. In huis is er nog iets wat aan Gouda herinnert. Tussen de vele dingen aan de muur hangt een plateau van de “Visbanken” langs de Gouwe in Gouda.

Arie heeft in Heerenveen drie jaar bij een ingenieursbureau gewerkt en nam zoveel klanten mee naar dit bureau dat er voor 7 man extra werk was. “Ook bij dit bureau ontdekte ik dat ik toch weer te veel voor een ander bezig was en ben toen voor mezelf begonnen. Via een medevennoot in Arkel, die de zaak financierde, ben ik toen gestart met als voorwaarde dat we beide 50 % van de aandelen zouden hebben. Toen deze vennoot besloot om naar Canada te emigreren kon ik zijn aandelen kopen. Ik moest daar toen 4 maal de oorspronkelijke waarde voor betalen. Ik heb hem laten weten dat dit veel meer waard zou worden. Ik wist welke knowhow er in het bedrijf zat en heb doorgezet, ze zijn nu misschien wel 100 keer meer waard”.

Zijn vrouw en dochter vullen hierop aan dat de eerste jaren van die zelfstandigheid “best wel moeilijk waren” omdat “wat hij de ene dag aan geld had verdiend, de andere dag de zaak in ging”.

In 1976 kwam zijn zoon Arie in het bedrijf dat momenteel 52 werknemers telt. Een van de huidige directeuren is ook weer iemand die uit Gouda komt. De kinderen zijn certificaathouder in het bedrijf. Zelf gaat de nu 84-jarige Arie nog maandelijks naar de directievergadering en is nog voorzitter van het Stichtingsbestuur. Omdat dochter Karin, die de PR van het bedrijf deed, weer ging studeren zitten naast zoon Arie alleen dochter Bep en schoondochter Lea nog in de zaak.

Ondanks zijn afbouw van werkzaamheden bleef Arie toch nieuwe dingen bedenken, wat hij in zijn hoofd heeft dat moet volgens hem dan ook zo gaan. Dit doet dochter Bep de uitspraak ontlokken dat er in de familie van de Berg veel uitvinders zijn en dat ze in hun ontwikkelingen de tijd ver vooruit waren. Vaak was de maatschappij er nog niet aan toe, zoals bijvoorbeeld een systeem om een warmtewisselaar de bodem in te drukken om zo de bodem als energiebron te gebruiken. Het heeft enige jaren geduurd voordat dit begon te lopen. Ze geeft aan dat het moeilijke jaren waren en dat ze veel stress hadden vanwege het geld dat ze daarin hadden gestoken. Later is dat wel weer goed gekomen volgens haar.

Uitvinder Arie zegt dat hij al snel de Jules Verne of Willie Wortel werd genoemd. Hij bedacht vele apparaten, onder andere een apparaat om op grote zeediepte bodemonderzoek te verrichten. Hij was tevens de bedenker van de “Trapezium Ringvormige Stad.” Ruimtevaartorganisaties in de Verenigde Staten en Rusland hadden contact met hem vanwege mogelijke ontwikkelingen op de maan ten aanzien van de huisvesting.

Er zijn veel anekdoten.

Arie stond een keer op een symposium in Indonesië waar ieder bedrijf 30 seconden de tijd kreeg om te laten zien wat je als bedrijf deed. Omdat elk bedrijf met die korte tijd worstelde bedacht hij ter plekke bij het vertonen van een dia, de woorden: “Kijk! Kopen bij A.P. van den Berg, dat is geen geld uitgeven, maar geld verdienen” en kreeg toen een groot applaus.

Arie blijft nog steeds nadenken over nieuwe dingen en vindt het jammer dat hij, door zijn leeftijd, de uitwerking van een aantal van zijn ideeën niet meer zal meemaken. Het is het lot van een uitvinder.

Arie werd in 1988 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en kreeg via de burgemeester van Heerenveen deze onderscheiding opgespeld door zijn vrouw Bep. Hij kreeg hiermee waardering voor zijn grote inzet en maatschappelijke betrokkenheid. In 1998 werd hij door de NIRIA gekozen tot Ingenieur van het Jaar.

 

Arie had aan het begin van ons gesprek aangegeven dat je het beste maar vragen aan hem kon stellen omdat hij anders zelf begint te vertellen en niet meer kan stoppen. Daarvan is geen woord te veel gezegd. Dat kan ook niet anders met iemand die zo’n lang en turbulent leven achter de rug heeft.

De betrokkenheid met ONA via de sponsoring wil Arie nog wel een keer onderstrepen door te zeggen dat dit geboren is uit nostalgische overwegingen: “Het is de club van mijn vader en van vele familieleden en ik heb daar geld voor over. Het zal wel niet zoveel opleveren, maar ik heb altijd gezegd dat ik mijn bedrijf niet heb opgericht om alleen maar geld te verdienen. Mijn streven is altijd geweest om iets voor de gemeenschap te betekenen. Ik ben een sociaal mens, dat heeft me nogal eens wat geld gekost”.

 

Dat Arie niet alleen een ONA-man is blijkt uit het feit dat hij als lid van de Raad van Toezicht van Heerenveen, in de jaren dat het met Heerenveen voetballend nog niet zo goed ging, gevraagd is om voorzitter te worden. Hij heeft toen echter tegen ze gezegd: “Nee jongens, ik ben een Hollander. Jullie moeten een Fries nemen die commercieel aangelegd is en verstand van voetballen heeft”. Zo is toen uiteindelijk Riemer van der Velde voorzitter van Heerenveen geworden.

Ondanks zijn 84-jarige leeftijd kijkt Arie nog steeds in de toekomst en is een inspiratie voor velen.

Het 90-jarige ONA is trots op hem.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!